Springdance

Degelijke editie Springdance
door: Bregtje Schudel

Levée des conflits van Boris Charmatz (Musée de la Danse) is een van die bijzondere voorstellingen die je als toeschouwer continu doet schipperen tussen verveling en bewondering, fascinatie en irritatie. De eerste danser komt op vanuit het publiek en begint aan een beweging. Wanneer zij overgaat naar de volgende beweging verschijnt danser nummer 2 om te beginnen aan beweging nummer 1. Net zolang totdat alle vierentwintig dansers op het podium staan. Vierentwintig dansers met vijfentwintig frases. Maar dan heb je pas vijfentwintig van de honderd minuten gehad. Charmatz speelt met de verwachtingen van het publiek en gaat ertegenin. De ene keer gaan de frases sneller, daarna gaat de bewegingenreeks achteruit. Maar elk einde van een serie blijkt toch niet het einde te zijn. Het doet denken aan de voice-over aan het eind van Cacti, dat Alexander Ekman voor het Nederlands Dans Theater maakte. ‘Dit is het einde, ik weet het zeker! Niet? Oké, nu dan! Toch?’ Je krijgt het idee dat de voorstelling eigenlijk tot in de eeuwigheid had kunnen doorgaan. Ook de toeschouwer doorloopt verschillende fases: van nieuwsgierigheid (wat gaat er gebeuren?), naar fascinatie (hoe houden ze dit vol?), naar ongeduld (hoe lang zijn ze eigenlijk nog van plan dit vol te houden?) naar uiteindelijke overgave.

Levée des conflits was het sluitstuk van de 27ste editie van Springdance, het internationale festival voor hedendaagse dans en performance. Utrecht kon er niet omheen. Zelfs het fonteintje van de Stadsschouwburg was voor de gelegenheid frisgroen gekleurd, in de Janskerk werd – geheel toevallig – door het symfonieorkest Bellitoni’s Le sacre du printemps opgevoerd, het dans-muziekstuk waaraan het festival zijn naam ontleent.
Het programma liet zich opdelen in well known en up & coming, in reeds gearriveerde makers en opkomend talent. In het jaarlijks terugkerende Europe in motion en STRAAT (voor jong urban danstalent) mochten nog prillere dansmakers hun kunsten vertonen. Maar meer nog dan in een scheiding tussen aspirant en expert leek Springdance dit jaar in het teken te staan van terugblikken en vooruitzien, naar het fatalisme en het nihilisme van toen en van nu.

Stereotiep
Springdance is een van de weinige Nederlandse dansfestivals dat zich bezighoudt met de geschiedenis. In 2009, het debuutjaar van artistiek directeur Bettina Masuch, opende het festival met de herneming van Rosas danst Rosas uit 1984, vorig jaar werd begonnen met Live (1979), het baanbrekende ‘videoballet’ van Hans van Manen. De Spaanse Cesc Gelabert maakte dit jaar een reconstructie van de solo Schwartz Weiß Zeigen van Gerhard Bohner uit 1983. Wellicht dat de solo destijds als baanbrekend werd ervaren, nu weerspiegelde ze helaas vooral het stereotiepe beeld dat veel mensen zullen hebben wanneer ze denken aan ‘performance’: man poseert in ruimte, op trapje, met pop.
Olga de Soto boog zich in Une introduction over de legendarische voorstelling De Groene Tafel van Kurt Jooss (1932). Maar wie dacht dat er in deze lecture performance ook ging worden gedanst kwam bedrogen uit. Stukjes interview met toeschouwers die de voorstelling in de beginjaren zagen werden afgewisseld met een vertoog over De Groene Tafel. Als bij een spreekbeurt maakten tussendoor doorgegeven foto’s een ronde door de zaal: Jooss op een boot, Jooss in Den Haag, Jooss in Engeland. Une introduction was een work in progress – er werd aan het einde nog net niet met de pet rondgegaan – maar helaas (nog) niet zo’n enerverende.

Interessanter was THEM (1986) van Chris Cochrane, Dennis Cooper en Ishmael Houston-Jones, gemaakt in de tijd dat de wereld in de greep kwam van aids. De controverse van toen wordt niet meer geëvenaard, maar vooral de scène waarin een geblinddoekte jongeman het bed deelt met een (echt) geslacht schaap blijft krachtig.

Niet vies
Doemdenken en nihilisme zijn niet alleen van vroeger, bleek uit de recente voorstellingen. Van de haast kinderlijke concentratie van de vijf dansers in Jana Unmüßigs Ast im Auge, van de vier destructieve mannen in Contact Gonzo die zich vol overtuiging op elkaar wierpen, tot het verlammende onheilsgevoel dat de zes performers in zijn greep hield in het dreigende storm end come van de Israëlische Yasmeen Godder. Slechts een paar performers zorgden voor de hoognodige luchtiger noot, zoals Savion Glover met zijn aanstekelijke, zij het misschien net iets te lange tapdansroutine Bare Soundz.

Grote verrassing was de Zwitserse Eugénie Rebetez, ook al was ze wat ongelukkig geprogrammeerd door precies aan te sluiten op het zwaarmoedige THEM. In de solo Gina was ze één brok energie. Haar Gina is een lekker gek wijf, dat ook nog eens goed trompet kan spelen en niet vies is van een beetje zelfspot. ‘I want to be a mermaid, but I’m a whale in a sea of beauty,’ kweelde Rebetez die, inderdaad, niet aan het ideaalbeeld van maatje 34 voldoet. Haar charismatische act deed denken aan Pour tout l’or du monde van Olivier Dubois (tijdens Julidans 2009 te zien met I like to watch too), ook een danser die van zijn afwijkende fysiek een (geheim) wapen wist te maken.

De aankleding bleef tijdens deze editie opvallend basic. Veelal lege ruimtes – zo ook bij Silent Ballet & Winter Variations van Emanuel Gat Dance in een treurig onderbezette zaal – veel stilte, en zo nu en dan een accessoire (tapplateaus, een dood schaap, een trompet). Je miste een voorstelling als Evaporated landscapes van Mette Ingvartsen (Springdance 2010), een stuk zonder dansers, maar met heel veel mist.
Twee dansmakers wisten wel een mooi compleet plaatje te presenteren. In Nos solitudes van Julie Nioche zweeft een danser (Sylvain Prunenec) met behulp van tientallen kleine gewichtjes boven de grond. Maar maakt dit hem vrij of zit hij gevangen?

In Sideways rain, de openingsvoorstelling van Springdance, kwamen esthetiek en fatalisme het mooiste bij elkaar. Choreograaf Guilherme Botelho liet zich inspireren door de toneelstukken van Shakespeare, waarin de personages worden voortgedreven in de richting van hun onontkoombare lot. Ook de vijftien dansers worden onverbiddelijk voortgestuwd door deze ‘levensstroom’. Rennend, vallend, rollend, kruipend, altijd in beweging. Een enkeling trotseert de stroming, voor even. Een gedeelde blik, een gedeeld moment van intimiteit, van individualiteit. Om dan weer meedogenloos te worden meegesleurd. Met een dodelijk simpele choreografie vat Botelho het meest complexe thema dat er is: het leven. Een prachtige opener voor een degelijke en gestroomlijnde festivaleditie.

Festival / Springdance / 14 t/m 24 april, Utrecht

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Dans, Festival en getagged met . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s