Playtime

Er gloort mime aan de horizon
door: Erica Smits

Dit jaar waren het er zeven: Fleur van den Berg, Anne Breure, Dwayne Toemere, Yannick Greweldinger, Lisa Groothof, Erwin Boschmans en Niki Hadikoesoemo. De lichting afstuderende studenten aan de Mimeopleiding van de Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten presenteerde traditiegetrouw haar afstudeerwerk tijdens Playtime in het Veemtheater. En dat beloofde veel goeds.

In hun afstudeerwerk blijven de zeven mimemakers en –spelers dicht bij hun eigen fascinatie en theatertaal. Hoewel ze afstuderen in cultureel barre tijden en zich daarvan zeer bewust zijn, presenteren zij zichzelf met overtuiging en durven zij te vertrouwen op hun eigenheid. Met weer een grote diversiteit als resultaat. Zo is de theatertaal van Fleur van den Berg associatief en duister, toont Niki Hadikoesoema zich een sterke speler met een mooie, ritmische tekstbehandeling, is de fysieke stijl van Dwayne Toemere, Yannick Greweldinger en Lisa Groothof grappig en schrijnend tegelijk, weet de ontwapende eerlijkheid van Erwin Boschmans te ontroeren geeft het stoere idealisme van Anne Breure de kijker hoop.

Fleur van den Berg presenteert twee voorstellingen tijdens Playtime. Wat je niet ziet, met Jan Taks en het hondje Arthur, werpt een beeld op de hel als freakcircus. Taks en Van den Berg dragen beiden een zwarte broek met hoge hakken, een rood circusjasje en rode lippenstift. Als spreekstalmeester spreekt Van den Berg het publiek toe in een luchtige proloog, waarbij Taks haar stevig omarmt. Twee lichamen worden één. Een dergelijk beeld komt terug in Gaan als performer Erika Cederqvist bij Van den Berg in de jurk kruipt. Zowel Wat je niet ziet als Gaan zijn aaneenschakelingen van beelden en teksten waarop moeilijk grip te krijgen is, maar die wel fascineren.

De wereld die Van den Berg oproept in haar twee voorstellingen staat in schril contrast met het komische universum van Dwayne Toemere en Yannick Greweldinger. Zij tonen zich in Gelag en Schijnbeweging bijzonder vaardig in fysieke humor. In Gelag laten ze twee timide heren helemaal losgaan op het irritantst denkbare deuntje dat uit een keyboard kan komen. Het minder extraverte Schijnbeweging speelt zich geheel af op een grit van stalen pijpen dat een klein stukje boven de grond staat opgesteld. Gekleed in jacquet bewegen Toemere en Greweldinger zich als vreemde vogels balancerend over die pijpen in een steeds dynamischer achtervolging.

In Kom even zitten voegt Lisa Groothof zich bij het duo. Met Groothof erbij neemt het slapstickgehalte af en wordt de humor pijnlijker. Drie mensen bevinden zich in een wachtruimte van een rouwcentrum. Het condoleanceregister ligt opengeslagen en de koffie en kleffe cakejes staan klaar. Met grote onhandigheid, geforceerde glimlachen en nietszeggende gesprekjes slaan ze zich door de situatie heen. Hierdoor ontstaat een treffende, zij het nogal voortkabbelende voorstelling die doet denken aan de pijnlijke ongemakkelijkheid in het werk van Kassys en de schrijnende alledaagsheid van Golden Palace (waar Groothof overigens een mooie stagerol speelde in Het Leven is een Feest).

Het begin van de solo Renée Maeterlinck van Niki Hadikoesoemo doet denken aan een spreekbeurt. Hadikoesoemo leest een brief van de symbolistische schrijver Maurice Maeterlinck voor aan zijn vrouw Renée en doet hun biografie uit de doeken. In de monoloog die daarop volgt transformeert ze in Renée. Met veel herhalingen in de tekst over slapeloosheid laat ze een vrouw zien die in halfslaap wanhopig naar haar overleden man zoekt. Diagonaal over de speelvloer ligt een strook aarde, compleet met mos, plantjes en zelfs een vijvertje, waar Hadikoesoemo overheen loopt, strompelt, struikelt en rolt. In Renée Maeterlinck laat Hadikoesoemo op treffende en associatieve wijze de mentale staat van deze vrouw zien en toont ze overtuigend haar kwaliteiten als speler, met een prachtige tekstbehandeling met veel gevoel voor ritme.

Ook Erwin Boschmans laat in Playtime een solo zien, getiteld De bezoeker. Op een klein, braakliggend stukje stad in de buurt van het Veemtheater verzamelt het publiek zich. Vanachter enkele struiken komt een man aangelopen met een baal op zijn schouder waarin hij zijn bezittingen met zich mee torst. Hij is blij dat hij hier is, zegt hij in gebroken Engels. Met een stralende glimlach en een ogenschijnlijk onbreekbaar optimisme vertelt hij over zijn reis hierheen. Hoe hij in een plastic zak heeft geademd zodat de grensbewaking hem niet zou ontdekken. Hoe hij zijn vingertoppen verwijderde, zodat de immigratiedienst niet via zijn vingerafdrukken zou kunnen achterhalen waar hij eerder asiel heeft aangevraagd. Hij heeft niet veel nodig. Met een steentje tekent hij op het beton de cirkel die zijn huis zou kunnen zijn. Waar hij thee kan zetten voor ons allemaal. Terwijl het water op het gaspitje staat, stapt Boschmans uit zijn rol. Hij vertelt over een van zijn beste vrienden, over wie de overheid besloot dat zijn land veilig genoeg was om terug te gaan. Een jaar later was hij dood. Boschmans laat met een ontwapende eerlijkheid het publiek even dicht bij zijn herinneringen komen aan zijn vriendschap met een jongen die hem tijdens het voetballen ‘omo’ noemde omdat hij de ‘h’ niet kon uitspreken. En dat is bijzonder ontroerend.

De opmerkelijkste presentatie in Playtime 2011 was die van Anne Breure. In een lecture-performance vertelt zij over de totstandkoming van haar project Het Gele Huis. In navolging van Vincent van Gogh droomt Breure van een plek waar kunst, wetenschap, politiek en mensen elkaar kunnen ontmoeten. In maart bouwde zij daarom Het Gele Huis op het Marie Heinekenplein in Amsterdam, waar ze een heel weekend performances en ontmoetingen liet plaatsvinden. Tijdens haar verslag zie je het meteen voor je: aan een tafeltje in het Chinese restaurant aan het Marie Heinekenplein zit de jonge Anne Breure. Tijdens een zelfgeorganiseerde inloopavond, vertelt ze de mensen die aanschuiven over haar plannen. Ze overtuigt iedereen van nut en noodzaak van Het Gele Huis met kalme en gepassioneerde gedecideerdheid. Tot iedereen aan het plein ervan weet en erop wacht. Café Barsa levert de stroom en de Dirk sponsort het ontbijt. Misschien gaat dergelijk idealisme geheel tegen de tijdgeest is. Maar Breure krijgt het toch maar mooi voor elkaar. Zij maakt van haar droom werkelijkheid; Het Gele Huis is daarmee het naïeve idealisme ver voorbij.

Mime / Playtime / 11 t/m 17 april 2011 / Veemtheater Amsterdam

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Festival, Mime en getagged met . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s