‘Alice in Wonderland’ door Noord Nederlands Toneel

Een namaak-Ko van den Bosch
door Anneriek de Jong

Een meisje speelt met een touw. Ze trekt het achter zich aan. Ineens maakt het touw kortsluiting en de knetterende vonken verplaatsen zich naar de muur. Daarop verschijnen woorden, in wit neonlicht. ‘Alice in Wonderland’ staat er.

De lichteffecten horen bij de sterkste kanten van Alice in Wonderland door het Noord Nederlands Toneel. Kinderwagens schijnen van binnenuit, drankflessen stralen in het donker, gezichten gloeien op onder kale peertjes.

Kennen we dat niet van Alex d’Electrique? Klopt! Ko van den Bosch was jarenlang voorman van dat roemruchte groepje en nu regisseert hij voor het eerst een voorstelling voor de grote zaal bij een groot gezelschap. Ook de muziek van Michel Banabila doet in de verte aan Alex d’Electrique denken. Enerverende muziek is het, met acteur-muzikanten die als punkers tekeergaan. Nog een Alexiaanse eigenaardigheid: de vervreemdende taal. Een taal vol verhaspelde zinnen, vervormde uitdrukkingen en malle woordspelingen. Een taal vol kreupel proza en harde poëzie, vol zin en vooral onzin. Is Lewis Carrolls klassieker al cryptisch genoeg, bewerker Van den Bosch doet er nog een schep bovenop. En daar zit ’m het probleem: hoeveel raadselachtigheid kan het publiek verdragen? Hoe onvatbaar verwoord je een onbegrijpelijke maatschappij?

Het meisje Alice valt via een konijnenhol in een ondergrondse hel, bevolkt door akelige wezens. Bekende figuren uit Carrolls boek komen voorbij: het Witte Konijn, de Kolderkat, de Hartenkoningin, de Dolle Hoedenmaker. Allemaal volwassenen – en van volwassenen moest Carroll weinig hebben. Van den Bosch maakt die bange, domme types nog een graadje erger. Ze barsten bij hem van de rancune en hun gestoorde waarneming leidt tot gewelddadigheid. Een verband met het oververhitte Nederland van nu is snel gelegd. Zo schreeuwt de Rokende Rups: ‘Het zijn de vreemdelingen. (…) Ze staan te pissen tegen onze dijken en stelen het zand van onze stranden weg.’ Maar uitgewerkt wordt dat verband niet. Een politieke analyse blijft uit. Waarom? Omdat de rede in Van den Bosch’ duistere rijk het heeft begeven? Omdat ook de bewerker zich liever aan woede overgeeft dan aan helder denken?

Hoe dan ook, het geraaskal waarnaar we moeten luisteren mat ons af. Al snel bereiken de tirades van de volwassenen om Alice heen ons niet meer en zelfs de monologen van Alice zelf gaan goeddeels langs ons heen omdat ze te moeilijk zijn. Of te vaag, te abstract en te warrig.

Die afstand tussen publiek en podiumgebeuren ligt aan de tekst en niet aan de actrice die Alice speelt. Maartje van de Wetering, net van de toneelschool af, levert uitstekende prestaties. Met haar expressieve lichaam en haar krachtige stem kan zij de grote zaal gemakkelijk aan. Ze ziet er in haar lichtblauwe dirndl lief en onschuldig uit. Toch zingt ze soms met de punkers mee. Ja, zingen kan ze, net als ritmisch praten. En tijdens haar performance ontwikkelt Alice zich van kind tot vrouw. Dat zien we aan de hoge hakken die zij ten slotte aantrekt, echte damespumps. Maar we kunnen niet zien wát voor volwassene Alice wordt. Misschien blijft zij door haar fantasie en verwondering een goed mens: dan verbeelden de hoge hakken de macht van het theater. Misschien ook infecteert het venijn van de anderen haar: dan staan de rode pumps voor verdorvenheid.

Ineens maakt Van den Bosch een overgang naar de Fritzl-incestzaak. Josef Fritzl was een Oostenrijkse burgerman die zijn dochter vierentwintig jaar lang onder zijn huis opsloot, waar hij haar misbruikte. Dus verandert het Witte Konijn in een perverse vader, terwijl de ondergrondse wereld een benauwende kelder wordt. Maar de andere figuren van Lewis Carroll huppelen gewoon door die kelder heen. En Wil van der Meer, het Witte Konijn, is niet aan Van de Wetering gewaagd. Daarom houdt het verhaal van de dochterverkrachter iets conceptueels.

Het is alsof Van den Bosch de Oostenrijkse schrijfster Elfriede Jelinek wil nadoen. De aandacht voor Oostenrijkse schandalen, de flauwe woordgrapjes, de flink-linkse verontwaardiging en zelfs de dirndl, die door de accentuering van de boezem toch niet zo onschuldig is: dat alles leunt zwaar op Jelinek.

Dit is geen echte Ko van den Bosch, dit is namaak. Van het werk van anderen en van hemzelf, in zijn wilde jaren. De regisseur, die ook beeldend kunstenaar is, nam wel het lichtplan zelf ter hand, maar een deel van het toneelbeeld liet hij over aan André Joosten. Die heeft het aantal visuele verrassings- en schokeffecten nogal klein gehouden, waardoor we gedwongen worden te luisteren. Naar acteurs die elkaar keurig laten uitpraten, naar toneel met een grote T.

En zo gaat Alice in Wonderland zoals zoveel grotezaalproducties gebukt onder ernst en pretenties. Het publiek kan zelden lachen, het ijs wordt niet gebroken. Wat resteert is vrijblijvende bewondering voor Van de Wetering.

Toneel // Alice in Wonderland door Noord Nederlands Toneel, regie Ko van den Bosch // Gezien: 13 oktober 2010, Schouwburg Utrecht // Tournee t/m 11 december // http://www.nnt.nl

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Toneel en getagged met , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s